Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Madrid — Een hoofdstad gebouwd voor een koning

Madrid — Een hoofdstad gebouwd voor een koning

Madrid — Een hoofdstad gebouwd voor een koning

DOOR EEN ONTWAAKT!-MEDEWERKER IN SPANJE

SOMMIGE hoofdsteden in de wereld zijn vlak bij natuurlijke havens ontstaan en fungeren al heel lang als bedrijvige havensteden. Andere liggen bij veelvuldig gebruikte rivierovergangen waardoor ze bijna onvermijdelijk tot belangrijke steden zijn uitgegroeid. Veel Europese hoofdsteden waren al vanaf de tijd van de Romeinen van belang. Maar Madrid, de hoofdstad van Spanje, is een uitzondering. De stad had nog geen 10.000 inwoners toen het in 1561 plotseling een prominente positie ging innemen.

Dat had een eenvoudige oorzaak. Filips II, koning van Spanje en van een enorm overzees rijk, was het beu om zijn hofhouding telkens van de ene stad in Castilië naar de andere te verplaatsen. Filips, die een hartstochtelijk jager was, wilde zijn permanente hofhouding stationeren op een plek die niet al te ver van zijn favoriete jachtgronden vandaan lag. Aan dat vereiste voldeed Madrid prima. De stad beschikte bovendien over goed water, bood ruimte voor uitbreiding en lag in de buurt van vruchtbare landbouwgronden.

Toen het besluit eenmaal was genomen, gaf Filips de aanzet tot een bouwprogramma om Madrid tot een geschikte hoofdstad te maken. Ook latere Spaanse koningen verfraaiden de stad, zodat er tussen Madrid en de monarchie een unieke band ontstond. Tegen de zeventiende eeuw was Madrid de grootste stad van Spanje geworden. Vandaag de dag is het een bruisende, moderne metropool met meer dan drie miljoen inwoners.

Vanwege Madrids nauwe band met het Spaanse koningshuis, hebben veel historische gebouwen te maken met een van de twee belangrijkste dynastieën. Het oudste deel van de stad wordt Madrid de los Austrias genoemd, naar de Oostenrijkse, of Habsburgse, dynastie uit de zestiende en zeventiende eeuw, de tijd waarin het gebouwd werd. Uitbreidingen die later volgden, kwamen bekend te staan als Madrid de los Borbones (Bourbons), de huidige dynastie die uit 1700 stamt.

Door de eeuwen heen hebben Spaanse koningen de bouw van veel van de statige gebouwen in de hoofdstad gepromoot of gefinancierd. Hun onschatbare schilderijencollectie vormt nu de kern van de rijksverzameling van kunst in Madrid. Uitgestrekte koninklijke domeinen in de omgeving van Madrid werden uiteindelijk de belangrijkste parken en recreatiegebieden van de stad.

Een groene stad

Door de koninklijke belangstelling voor de jacht en voor parken was er voordat de moderne uitbreiding begon rondom Madrid al een ruime groene zone behouden gebleven. Ondanks de snelle stedelijke groei in de afgelopen tientallen jaren, is er een enorm groot stuk parkbos dat zich vanaf de siërra’s (bergen) in het noorden tot bijna aan de poorten van het stadscentrum uitstrekt.

Eén parkbos van Madrid, Casa de Campo, dat vroeger een koninklijk jachtgebied was, ligt vlak bij het koninklijk paleis en biedt nu plaats aan een moderne dierentuin. Ten noorden van Madrid ligt een groot bosgebied met inheemse eikenbomen dat bekendstaat als de heuvel van El Pardo en doorloopt tot op nog geen 10 kilometer van het stadscentrum.

Niet lang nadat Filips II Madrid tot zijn hoofdstad had gemaakt, bepaalde hij de grenzen van dit wildpark. Een koninklijk jachtslot, dat zijn vader liet bouwen, siert nog steeds het park. Nu is dit bosrijke gebied een natuurpark dat bescherming biedt aan twee van de meest bedreigde vogelsoorten van Europa, de Spaanse keizersarend en de Europese monniksgier.

Parque del Retiro was vroeger een weidse koninklijke tuin in het centrum van Madrid waar de koninklijke familie stierengevechten organiseerde en zelfs zeeslagen liet opvoeren. In de achttiende eeuw werd het park opengesteld voor het publiek onder de voorwaarde dat men passend gekleed was. Nu zijn de kledingvoorschriften uiteraard wat minder streng en komen er elk weekend drommen Madrileños (inwoners van Madrid) naar dit populaire park. Het Palacio de Cristal, gebouwd van smeedijzer en glas, en een zuilengalerij in de vorm van een halvemaan met uitzicht op een meer met roeibootjes, zijn slechts twee van zijn geliefde trekpleisters.

Carlos III, een achttiende-eeuwse koning die erg geïnteresseerd was in kunst en wetenschap, liet aan de kant van het Parque del Retiro een botanische tuin aanleggen, de Real Jardin Botánico. De afgelopen twee en een halve eeuw heeft de tuin zich gespecialiseerd in de flora van Midden- en Zuid-Amerika.

De laan van de kunst

Dankzij de vrijgevigheid van het Spaanse koningshuis heeft Madrid ook een van de belangrijkste kunstmusea ter wereld. Het Museo del Prado werd gebouwd in opdracht van Carlos III, in de geschiedenis bekend als een vooraanstaand ’burgemeester’ van Madrid. De kunstcollectie is in wezen de collectie van de Spaanse monarchen, die meer dan vier eeuwen geleden een begin maakten met het verzamelen van kunst.

In de zeventiende eeuw schilderde de hofschilder Velázquez niet alleen zelf meesterwerken maar struinde hij ook heel Europa af om voor zijn koninklijke patroon, Filips IV, fraaie schilderijen te kopen. In de eeuw die daarop volgde, werd Francisco de Goya de officiële hofschilder. Het wekt geen verbazing dat het Prado veel meesterstukken van deze twee vermaarde schilders in zijn bezit heeft.

Twee andere musea met zeer gewaardeerde kunstcollecties — het Museo Thyssen-Bornemisza en het rijksmuseum Centro de Arte Reina Sofía — staan aan dezelfde bomenlaan als het Prado. Deze elegante straat, die wel de laan van de kunst wordt genoemd, wordt ook opgeluisterd met veel bekende standbeelden van Madrid.

Madrid heeft, net als veel andere steden, voor- en tegenspoed meegemaakt. De hoofdstad was tijdens het grootste gedeelte van de Spaanse Burgeroorlog (1936–1939) belegerd en in de monumentale poort die bekendstaat als de Puerta de Alcalá zijn nog de beschadigingen te zien die tijdens dat conflict door kogels werden aangericht. De stichters van de stad hadden evenwel van meet af aan de wens dat Madrid een geciviliseerde stad zou zijn waarin mensen goed met elkaar overweg konden.

In het uit 1202 daterende charter van Madrid werd onder andere bepaald dat burgers niet mochten duelleren en dat wapens dragen, vloeken en het uiten van beledigingen niet was toegestaan. Ook werd er van hen verwacht dat ze de stad schoonhielden, hun medeburgers niet zouden oplichten en de kosten van bruiloften binnen de perken zouden houden. In overeenstemming met deze wensen is Madrid tegenwoordig een schone stad — maar een bruiloft kan hier wel aardig in de papieren lopen! Bezoekers die goedkoop willen eten, proberen misschien een paar karakteristieke tapas, kleine, smakelijke hapjes die in veel gelegenheden bij een koel drankje worden geserveerd.

De laatste jaren is Madrid behoorlijk gegroeid. Het heeft nu een efficiënt vervoerssysteem en de nodige infrastructuur om jaarlijks de miljoenen toeristen te kunnen verwerken. In juli en augustus zullen duizenden Getuigen van Jehovah uit Spanje en andere landen de stad bezoeken. De Getuigen zijn van plan in een van de grote voetbalstadions van Madrid een internationaal congres te houden. Veel van die aanwezigen zullen dus de gelegenheid hebben met eigen ogen de stad te zien die voor een koning werd gebouwd.

[Kader/Illustraties op blz. 24, 25]

VORSTELIJKE PALEIZEN

Palacio Real. Dit paleis, waarschijnlijk het indrukwekkendste gebouw van Madrid, staat op de plek waar ooit een oud Moors fort stond. De gebouwen die hier later omheen werden gezet, vormden het begin van Madrid. Het paleis wordt gebruikt voor belangrijke staatsaangelegenheden, hoewel het sinds 1931 niet meer als koninklijke residentie wordt gebruikt. De geometrisch aangelegde tuinen lopen vanaf het paleis helemaal tot aan de lager gelegen rivier.

Palacio Real de Aranjuez. Aranjuez ligt ongeveer 50 kilometer ten zuiden van de hoofdstad, aan de rivier de Taag. Vanwege de vruchtbare omgeving en het mildere klimaat was het een favoriete plek van Filips II, die de aanzet gaf tot de bouw ervan. Het paleis en de aantrekkelijke tuinen werden in de achttiende eeuw door Carlos III voltooid.

El Escorial. Kort nadat Filips II Madrid tot zijn hoofdstad had gemaakt, gaf hij opdracht tot de bouw van dit enorme klooster-, bibliotheek-, mausoleum- en paleiscomplex. Het kwam na ruim twintig jaar gereed en werd het centrum van Filips’ rijk, een sobere plek waar hij zich terug kon trekken en ongestoord kon werken. In de bibliotheek wordt een van Spanjes belangrijkste collecties manuscripten bewaard, waaronder enkele middeleeuwse Spaanse bijbelvertalingen.

Palacio de El Pardo. Dit koninklijke jachtslot ligt in een park net buiten Madrid. De vader van Filips II heeft het oorspronkelijke bouwwerk laten neerzetten en de binnenplaats dateert uit die periode.

In La Granja de San Ildefonso, 80 kilometer naar het noorden, ligt een luxueuzer paleis. Het werd gebouwd door Filips V in de geest van het paleis van Versailles waar hij als kind had gewoond. De met zorg aangelegde tuinen en sierlijke fonteinen vormen een contrast met de uitgestrekte dennenbossen waarmee de omliggende bergen bedekt zijn.

[Verantwoording]

Foto: Cortesía del Patrimonio Nacional, Madrid, España

[Kader/Illustraties op blz. 26]

ENKELE BEROEMDE MONUMENTEN VAN MADRID

Het Plaza Mayor (1). Meer dan drie eeuwen heeft dit plein gefungeerd als marktplaats en als de voornaamste lokatie voor openbare evenementen als stierengevechten, kroningsplechtigheden en executies van zogenoemde ketters. Op een schilderij in het Prado (2) is een levendige voorstelling te zien van het Plaza Mayor tijdens een groot autodafe, of openbaar ketterproces, dat in 1680 in Madrid werd gehouden.

Het stadhuis staat op de Plaza de la Villa, het mooie oude plein waar de eerste officiële vergaderingen van het stadsbestuur werden gehouden. Het plein wordt omgeven door oude gebouwen en ademt nog steeds de sfeer van het zestiende-eeuwse Madrid. Niet ver daarvandaan kan de bezoeker de Puerta del Sol zien, het drukste plein van de stad en het beginpunt van alle wegen die vanuit Madrid naar de provincies uitwaaieren. Die historische monumenten bevinden zich in het oudste deel van de stad.

Terwijl Madrid verder werd uitgebreid, startten of bevorderden koningen van de Bourbondynastie — met name Carlos III — de bouw van andere monumenten, waarbij ze zich vaak lieten leiden door de bouwstijlen van Frankrijk, het geboorteland van de Bourbons. Enkele voorbeelden daarvan zijn het Palacio Real, de Bibliotheca Nacional (3), het Museo Municipal (4), de Fontein van Cybele (5), de Fontein van Neptunus en de Puerta de Alcalá (6).

[Verantwoording]

Picture 2: MUSEO NACIONAL DEL PRADO; pictures 5 and 6: Godo-Foto