Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

HOOFDSTUK 21

Jezus openbaart de ‘wijsheid van God’

Jezus openbaart de ‘wijsheid van God’

1-3. Hoe reageerden Jezus’ vroegere buren op zijn onderwijs, en wat beseften ze niet?

 TOEN Jezus in de synagoge ging onderwijzen, waren de aanwezigen stomverbaasd. Ze kenden hem, want hij was in hun stad opgegroeid en had daar jarenlang als timmerman gewerkt. Misschien woonden sommigen van hen in een huis waaraan Jezus had meegebouwd, of misschien had hij de ploeg of het juk gemaakt waarmee ze op het land werkten. a Maar hoe zouden ze op het onderwijs van deze vroegere timmerman reageren?

2 De meeste aanwezigen waren verbaasd en vroegen: ‘Hoe komt deze man aan die wijsheid?’ Maar ze zeiden ook: ‘Is hij niet de timmerman, de zoon van Maria?’ (Mattheüs 13:54-58; Markus 6:1-3) Jammer genoeg redeneerden Jezus’ vroegere buren: ‘Hij is gewoon een timmerman uit onze stad en niets meer.’ Hoewel Jezus heel wijze woorden sprak, wezen ze hem af. Ze beseften niet waar zijn wijsheid vandaan kwam.

3 Hoe kwam Jezus eigenlijk aan die wijsheid? Hij zei: ‘Wat ik onderwijs heb ik niet van mezelf, maar van hem die mij heeft gestuurd’ (Johannes 7:16). Paulus legde uit dat Jezus ‘voor ons wijsheid van God is geworden’ (1 Korinthiërs 1:30). De wijsheid van Jehovah wordt geopenbaard via zijn Zoon, Jezus. Jezus toonde Jehovah’s wijsheid zelfs op zo’n manier dat hij kon zeggen: ‘Ik en de Vader zijn één’ (Johannes 10:30). We gaan drie terreinen onderzoeken waarop Jezus de wijsheid van God toonde.

Wat hij onderwees

4. (a) Wat was het thema van Jezus’ boodschap, en waarom was die boodschap zo belangrijk? (b) Hoe kwam het dat Jezus’ raad altijd praktisch en in het beste belang van mensen was?

4 Sta eerst eens stil bij wat Jezus onderwees. Het thema van zijn boodschap was ‘het goede nieuws van Gods Koninkrijk’ (Lukas 4:43). Dat was een heel belangrijke boodschap, want door middel van het Koninkrijk zal Jehovah zijn naam heiligen, zal hij bewijzen dat hij de beste Regeerder is en zal hij van de aarde een paradijs maken waar mensen eeuwig kunnen leven. In zijn onderwijs gaf Jezus ook wijze raad voor het dagelijks leven. Hij bewees dat hij de ‘Wonderbaar Raadgever’ was die volgens Jesaja zou komen (Jesaja 9:6). Waarom was Jezus zo’n goede raadgever of onderwijzer? Hij kende Gods Woord heel goed en wist wat Jehovah van zijn aanbidders verwacht. Hij begreep ook heel goed hoe mensen denken en wat ze voelen, en hij hield heel veel van mensen. Daarom was zijn raad altijd praktisch en in het beste belang van mensen. Jezus sprak ‘woorden van eeuwig leven’. Het opvolgen van zijn raad leidt dus tot onze redding (Johannes 6:68).

5. Wat waren enkele onderwerpen die Jezus in de Bergrede behandelde?

5 De Bergrede is een mooi voorbeeld van de ongeëvenaarde wijsheid van Jezus’ onderwijs. Deze toespraak staat in Mattheüs 5:3–7:27 en zou waarschijnlijk in 20 minuten kunnen worden uitgesproken. Maar de adviezen erin zijn tijdloos. Die zijn in deze tijd nog net zo toepasselijk als toen ze gegeven werden. Jezus behandelde veel verschillende onderwerpen, zoals hoe je je relatie met anderen kunt verbeteren (5:23-26, 38-42; 7:1-5, 12), hoe je moreel rein kunt blijven (5:27-32) en hoe je een zinvol leven kunt leiden (6:19-24; 7:24-27). Maar Jezus vertelde mensen niet alleen wat wijs is. Hij maakte het ook duidelijk door voorbeelden te noemen, te redeneren en bewijzen te geven.

6-8. (a) Welke belangrijke redenen noemt Jezus om je niet te veel zorgen te maken? (b) Waaruit blijkt dat Jezus’ raad gebaseerd was op wijsheid van boven?

6 Neem bijvoorbeeld Jezus’ wijze raad in Mattheüs 6 over omgaan met zorgen over materiële dingen. Jezus zei: ‘Maak je niet langer zorgen over je leven en wat je zult eten en drinken of over je lichaam en wat je zult aantrekken’ (vers 25). Voedsel en kleding zijn basisbehoeften, en het is logisch dat mensen zich daarmee bezighouden. Maar Jezus zegt dat je ‘je niet langer zorgen moet maken’ over zulke dingen. b Waarom niet?

7 Jezus’ redenatie is heel overtuigend. Jehovah heeft ons het leven en een lichaam gegeven. Dan kan hij ons toch ook geven wat we nodig hebben om in leven te blijven, zoals voedsel en kleding? (vers 25) Jehovah geeft vogels te eten en zorgt ervoor dat bloemen er prachtig uitzien. Dan zal hij toch zeker zorgen voor mensen die hem aanbidden? (vers 26, 28-30) Het heeft totaal geen zin om je te veel zorgen te maken. Je kunt je leven er nog geen fractie mee verlengen (vers 27). c Hoe kun je voorkomen dat je je te veel zorgen maakt? Jezus geeft de raad: blijf de aanbidding van God op de eerste plaats in je leven stellen. Als je dat doet, kun je er zeker van zijn dat je hemelse Vader in al je dagelijkse behoeften zal voorzien (vers 33). Tot slot geeft Jezus een heel praktische suggestie: leef bij de dag. Houd je bezig met de zorgen van vandaag en niet met de zorgen van morgen (vers 34). Anders maak je je zorgen over dingen die misschien nooit zullen gebeuren. Als je die wijze raad van Jezus toepast, kan dat je helpen om minder gestrest te zijn.

8 Het is duidelijk dat de raad die Jezus gaf, nu nog even praktisch is als toen die bijna 2000 jaar geleden gegeven werd. Dat laat zien dat zijn wijsheid van boven kwam. Zelfs de beste raad die mensen geven, raakt verouderd en moet na een tijd herzien of vervangen worden. Maar het onderwijs van Jezus is tijdloos. Het is duidelijk dat Jezus een Wonderbaar Raadgever was die ‘de woorden van God’ sprak (Johannes 3:34).

Zijn manier van onderwijzen

9. Wat zeiden enkele soldaten over Jezus’ onderwijs, en waarom kunnen we zeggen dat ze niet overdreven?

9 Een tweede terrein waarop Jezus liet zien dat hij Gods wijsheid had, was zijn manier van onderwijzen. Op een keer stuurden de religieuze leiders soldaten om Jezus te arresteren, maar die kwamen met lege handen terug en zeiden: ‘Nog nooit heeft iemand zo gesproken’ (Johannes 7:45, 46). De soldaten overdreven niet. Jezus ‘was van boven’ en daarom had hij meer kennis en ervaring dan alle mensen die ooit hadden geleefd (Johannes 8:23). Geen enkel ander mens kon zo goed onderwijzen als Jezus. Laten we eens twee methoden van deze wijze Meester bekijken.

‘De menigte was diep onder de indruk van zijn manier van onderwijzen’

10, 11. (a) Wat maakte Jezus’ illustraties zo bijzonder? (b) Wat zijn gelijkenissen, en welk voorbeeld laat zien dat Jezus’ gelijkenissen heel effectief waren?

10 Effectief gebruik van illustraties. De Bijbel zegt: ‘Jezus vertelde de mensen al die dingen door middel van illustraties. Hij vertelde hun niets zonder illustraties’ (Mattheüs 13:34). Het is heel bijzonder hoe Jezus eenvoudige voorbeelden uit het dagelijks leven gebruikte om diepe waarheden te onderwijzen. Landbouwers die zaaien, vrouwen die brood bakken, kinderen die op het marktplein spelen, vissers die netten binnenhalen, herders die naar verloren schapen zoeken — dat waren dingen die de mensen vaak hadden gezien. Als belangrijke waarheden in verband worden gebracht met vertrouwde dingen, is het veel makkelijker om ze te begrijpen, te onthouden en toe te passen (Mattheüs 11:16-19; 13:3-8, 33, 47-50; 18:12-14).

11 Jezus gebruikte vaak gelijkenissen, oftewel korte verhalen met een moraal of belangrijke les. Omdat verhalen makkelijker te begrijpen en te onthouden zijn dan abstracte ideeën, was dat een effectieve manier om ervoor te zorgen dat mensen zijn onderwijs zouden onthouden. In veel gelijkenissen beschreef Jezus zijn Vader met levendige woordschilderingen die ze niet snel zouden vergeten. Het is bijvoorbeeld heel makkelijk om te begrijpen wat de les is in de gelijkenis van de verloren zoon. Het verhaal maakt duidelijk dat als iemand echt berouw heeft van zijn zonden, Jehovah hem zal vergeven en liefdevol zal terugnemen (Lukas 15:11-32).

12. (a) Hoe maakte Jezus in zijn onderwijs gebruik van vragen? (b) Hoe bracht Jezus personen die aan zijn autoriteit twijfelden tot zwijgen?

12 Bekwaam gebruik van vragen. Jezus gebruikte vragen om mensen te helpen zelf conclusies te trekken, hun motieven te onderzoeken of beslissingen te nemen (Mattheüs 12:24-30; 17:24-27; 22:41-46). Toen de religieuze leiders in twijfel trokken of Jezus’ autoriteit van God kwam, vroeg hij: ‘Was de doop van Johannes uit de hemel of uit de mensen?’ Overrompeld door de vraag overlegden ze onder elkaar: ‘“Als we zeggen: ‘Uit de hemel’, dan zal hij zeggen: ‘Waarom hebben jullie hem dan niet geloofd?’ Maar durven we te zeggen: ‘Uit de mensen’?” Ze waren bang voor het volk, want die geloofden allemaal dat Johannes echt een profeet was geweest. Daarom antwoordden ze: “We weten het niet”’ (Markus 11:27-33; Mattheüs 21:23-27). Met één eenvoudige vraag liet Jezus hen sprakeloos achter en liet hij zien dat ze verkeerde motieven hadden.

13-15. Hoe blijkt Jezus’ wijsheid uit de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan?

13 Soms combineerde Jezus die onderwijsmethoden. Hij stelde vragen om mensen aan het denken te zetten over zijn illustraties. Toen een Joodse wetgeleerde Jezus vroeg wat hij moest doen om eeuwig leven te krijgen, herinnerde Jezus hem eraan dat de wet van Mozes gebood om liefde voor God en de naaste te tonen. Omdat de man wilde bewijzen dat hij rechtvaardig was, vroeg hij: ‘Wie is dan mijn naaste?’ Jezus gaf antwoord door hem een verhaal te vertellen. Een Joodse man was alleen op reis toen rovers hem aanvielen en hem halfdood achterlieten. Er kwamen twee Joden langs, eerst een priester en toen een Leviet. Beiden negeerden hem. Maar toen kwam er een Samaritaan langs. Hij had medelijden met de man, verzorgde voorzichtig zijn wonden en bracht hem liefdevol naar een herberg, waar hij veilig was en kon herstellen. Aan het eind van het verhaal stelde Jezus de vraag: ‘Wie van deze drie is volgens jou een naaste geweest voor de man die in handen van rovers viel?’ De man kon maar één antwoord geven: ‘Degene die barmhartig voor hem is geweest’ (Lukas 10:25-37).

14 Wat leert deze gelijkenis ons over Jezus’ wijsheid? In Jezus’ tijd bezagen de Joden alleen mensen die zich aan hun tradities hielden als hun ‘naaste’, en daar hoorden de Samaritanen zeker niet bij (Johannes 4:9). Dus als Jezus een verhaal had verteld over een Samaritaans slachtoffer en een Joodse helper, zou hij dan het vooroordeel hebben weggenomen? In zijn wijsheid vertelde Jezus het verhaal zo dat een Samaritaan liefdevol voor een Jood zorgde. Let ook op de vraag die Jezus aan het eind van het verhaal stelde om de wetgeleerde te helpen begrijpen wat het woord naaste inhield. De wetgeleerde had eigenlijk gevraagd: ‘Voor wie moet ik naastenliefde tonen?’ Maar Jezus vroeg: ‘Wie van deze drie is volgens jou een naaste geweest?’ Jezus richtte de aandacht niet op de persoon die de vriendelijkheid ondervond, het slachtoffer, maar op degene die de vriendelijkheid toonde, de Samaritaan. Een echte naaste neemt het initiatief om liefde voor anderen te tonen ongeacht hun etnische achtergrond. Jezus onderwees deze les echt op de best mogelijke manier.

15 Het is niet zo vreemd dat mensen diep onder de indruk waren van Jezus’ ‘manier van onderwijzen’ en zich tot hem aangetrokken voelden (Mattheüs 7:28, 29). Op een keer bleef ‘een grote menigte’ zelfs drie dagen bij hem zonder weg te gaan om te eten! (Markus 8:1, 2)

Zijn manier van leven

16. Hoe bewees Jezus dat hij zich door Gods wijsheid liet leiden?

16 Een derde terrein waarop Jezus liet zien dat hij Jehovah’s wijsheid had, was zijn manier van leven. Wijsheid is praktisch en leidt tot goede resultaten. ‘Wie van jullie is wijs?’, vroeg de discipel Jakobus. Vervolgens gaf hij zelf het antwoord: ‘Laat hij dat bewijzen door zijn goede gedrag’ (Jakobus 3:13). Jezus bewees door alles wat hij deed dat hij zich door Gods wijsheid liet leiden. Laten we eens kijken hoe dat bleek uit zijn manier van leven en uit de manier waarop hij met anderen omging.

17. Hoe weten we dat Jezus volmaakt evenwichtig was in zijn leven?

17 Is het je ook weleens opgevallen dat mensen die geen goed oordeel hebben vaak extreme keuzes maken? Er is echt wijsheid nodig om evenwichtig te zijn. Omdat Jezus Gods wijsheid had, was hij volmaakt evenwichtig. Geestelijke dingen kwamen voor hem op de eerste plaats. Hij besteedde veel tijd aan de prediking. ‘Daarvoor ben ik gekomen’, zei hij (Markus 1:38). Dat verklaart waarom materiële dingen voor hem niet heel belangrijk waren, en waarschijnlijk had hij niet veel bezittingen (Mattheüs 8:20). Maar hij was ook geen asceet. Net als zijn Vader, ‘de gelukkige God’, was Jezus iemand die vreugde had, en hij maakte graag anderen gelukkig (1 Timotheüs 1:11; 6:15). Toen hij naar een bruiloft ging, waar vaak muziek werd gemaakt, werd gezongen en iedereen blij was, was hij daar niet om het plezier van anderen te bederven. Toen de wijn op raakte, veranderde hij water in uitstekende wijn, ‘die het hart van de mens verheugt’ (Psalm 104:15; Johannes 2:1-11). Jezus ging ook geregeld in op uitnodigingen voor maaltijden, en hij gebruikte die gelegenheden vaak om onderwijs te geven (Lukas 10:38-42; 14:1-6).

18. Hoe gaf Jezus blijk van een volmaakt oordeel in zijn omgang met zijn discipelen?

18 Jezus gaf ook blijk van een volmaakt oordeel in zijn omgang met anderen. Door zijn inzicht in de menselijke aard had hij een goed beeld van zijn discipelen. Hij wist heel goed dat ze niet volmaakt waren. Toch zag hij hun goede eigenschappen. Hij zag het potentieel van deze mannen die door Jehovah waren getrokken (Johannes 6:44). Ondanks hun tekortkomingen was Jezus bereid hen te vertrouwen. Hij toonde dat vertrouwen door een zware verantwoordelijkheid aan zijn discipelen te delegeren. Hij gaf ze de opdracht om het goede nieuws te prediken, en hij had vertrouwen in hun vermogen om die opdracht uit te voeren (Mattheüs 28:19, 20). Het boek Handelingen laat zien dat ze trouw het werk deden dat Jezus hun had opgedragen (Handelingen 2:41, 42; 4:33; 5:27-32). Het was dus wijs van Jezus om hen te vertrouwen.

19. Hoe liet Jezus zien dat hij ‘zachtaardig en nederig van hart’ was?

19 Zoals we in hoofdstuk 20 hebben gezien, is iemand die wijs is ook nederig en zachtaardig. Natuurlijk geeft Jehovah in dit opzicht het beste voorbeeld. Maar hoe zit het met Jezus? Het is ontroerend te zien hoe nederig Jezus met zijn discipelen omging. Omdat hij volmaakt was, was hij superieur aan hen. Toch keek hij niet op zijn discipelen neer. Hij probeerde ze nooit het gevoel te geven dat ze minderwaardig of onbekwaam waren. Hij hield juist rekening met hun beperkingen en was geduldig als ze fouten maakten (Markus 14:34-38; Johannes 16:12). Zelfs kinderen voelden zich bij Jezus op hun gemak. Wat hen ongetwijfeld tot hem aantrok, was dat ze aanvoelden dat hij ‘zachtaardig en nederig van hart’ was (Mattheüs 11:29; Markus 10:13-16).

20. Hoe toonde Jezus redelijkheid tegenover de niet-Joodse vrouw van wie de dochter door een demon bezeten was?

20 Jezus toonde op nog een belangrijke manier nederigheid: hij was redelijk en barmhartig als daar een goede reden voor was. Denk bijvoorbeeld aan de keer dat een niet-Joodse vrouw hem smeekte om haar dochter, die door een demon bezeten was, te genezen. In eerste instantie liet Jezus op drie manieren merken dat hij haar niet zou helpen. Eerst gaf hij haar gewoon geen antwoord. Daarna zei hij rechtstreeks dat hij niet naar de heidenen maar naar de Joden was gestuurd. En vervolgens vertelde hij een illustratie die op een vriendelijke manier hetzelfde duidelijk maakte. Maar de vrouw drong aan en liet daarmee zien dat ze een bijzonder groot geloof had. Hoe reageerde Jezus daarop? Hij deed precies wat hij had gezegd niet te zullen doen. Hij genas de dochter van de vrouw (Mattheüs 15:21-28). Wat een bijzonder bewijs van nederigheid! En bedenk dat alleen iemand die echt nederig is ook echt wijs is.

21. Waarom moet je je best doen om Jezus’ eigenschappen en wat hij zei en deed na te volgen?

21 Wat kunnen we dankbaar zijn dat de evangeliën ons zo veel vertellen over Jezus, de meest wijze man die ooit heeft geleefd! En bedenk dat Jezus zijn Vader volmaakt navolgde. Als je dus moeite doet om Jezus’ eigenschappen en wat hij zei en deed na te volgen, zul je leren hoe je de wijsheid van boven toont. In het volgende hoofdstuk zullen we zien hoe we Gods wijsheid in ons leven kunnen toepassen.

a In Bijbelse tijden werden timmermannen ingezet bij de bouw van huizen en bij het maken van meubels en landbouwwerktuigen. Justinus Martyr uit de tweede eeuw schreef over Jezus: ‘De volgende timmermanswerken vervaardigde hij, terwijl hij onder de menschen verkeerde: ploegen en jukken.’

b Het Griekse werkwoord dat met ‘zorgen maken’ is vertaald, betekent ‘een verdeelde geest hebben’. In Mattheüs 6:25 slaat het op iemand die zo bezorgd en angstig is dat hij aan niets anders meer kan denken en zijn vreugde verliest.

c Uit wetenschappelijk onderzoek is zelfs gebleken dat extreme bezorgdheid en stress hart- en vaatziekten en allerlei andere ziekten kunnen veroorzaken die de levensduur verkorten.