Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Manna

Manna

Het hoofdvoedsel van de Israëlieten tijdens hun 40 jaar in de woestijn. Het was een voorziening van Jehovah. Door een wonder verscheen het elke ochtend, behalve op de sabbat, onder een dauwlaag op de grond. Toen de Israëlieten het voor het eerst zagen, zeiden ze: ‘Wat is dat?’ (in het Hebreeuws: man hoe?) (Ex 16:13-15, 35) In andere contexten wordt het aangeduid als ‘het koren van de hemel’ (Ps 78:24), ‘brood uit de hemel’ (Ps 105:40) en ‘het brood van machtigen’ (Ps 78:25). Jezus had het ook over manna in een figuurlijke betekenis (Jo 6:49, 50).