Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

HOOFDSTUK 12

‘Ik zal één volk van hen maken’

‘Ik zal één volk van hen maken’

EZECHIËL 37:22

FOCUS: Jehovah’s belofte om zijn volk bijeen te brengen; de profetie van de twee stokken

1, 2. (a) Waarom zijn de ballingen misschien ongerust? (b) Welke verrassing staat hun te wachten? (c) Welke vragen gaan we bespreken?

ONDER leiding van Jehovah heeft Ezechiël een aantal profetieën aan de ballingen in Babylon overgebracht door dingen uit te beelden. De eerste profetie die Ezechiël uitbeeldde bevatte een oordeelsboodschap, en dat gold ook voor de tweede, de derde, enzovoort (Ezech. 3:24-26; 4:1-7; 5:1; 12:3-6). Met alle profetieën die hij uitbeeldde, werden scherpe oordeelsboodschappen tegen de Joden overgebracht.

2 Stel je dus eens voor hoe verontrust de ballingen moeten zijn als Ezechiël opnieuw voor hen verschijnt om een profetie uit te beelden. Waarschijnlijk denken ze: welke vernietigende boodschap krijgen we deze keer? Maar er staat hun een verrassing te wachten. De profetie die Ezechiël nu begint uit te beelden is heel anders. Die bevat geen somber oordeel maar een prachtige belofte (Ezech. 37:23). Welke boodschap brengt Ezechiël aan de ballingen over? Wat is de betekenis ervan? Welke uitwerking heeft die op Gods aanbidders in deze tijd?

‘Ze zullen één worden in mijn hand’

3. (a) Wat beeldde de stok ‘voor Juda’ af? (b) Waarom beeldde ‘de stok van Efraïm’ het tienstammenrijk af?

3 Jehovah gaf Ezechiël opdracht twee stokken te nemen en op de ene ‘voor Juda’ te schrijven en op de andere ‘voor Jozef, de stok van Efraïm’. (Lees Ezechiël 37:15, 16.) Wat beeldden die twee stokken af? De stok ‘voor Juda’ beeldde het tweestammenrijk van Juda en Benjamin af. Koningen in de geslachtslijn van Juda hadden over deze twee stammen geregeerd. Ook de priesterschap was ermee verbonden, want de priesters dienden in de tempel in Jeruzalem (2 Kron. 11:13, 14; 34:30). Het koninkrijk Juda omvatte dus zowel de davidische lijn van koningen als de Levitische priesterschap. ‘De stok van Efraïm’ beeldde het tienstammenrijk Israël af. Waarom kunnen we dat zeggen? De eerste koning van het tienstammenrijk was Jerobeam, uit de stam Efraïm. Na verloop van tijd werd Efraïm de overheersende stam in Israël (Deut. 33:17; 1 Kon. 11:26). Het tienstammenrijk Israël omvatte dus niet de davidische koningen of de Levitische priesters.

4. Wat wordt geïllustreerd door wat Ezechiël uitbeeldde? (Zie beginplaatje.)

4 Vervolgens kreeg Ezechiël opdracht de twee stokken dicht bij elkaar te houden ‘zodat ze één stok werden’. Terwijl de ballingen bezorgd naar Ezechiël keken, vroegen ze hem: ‘Ga je ons niet vertellen wat deze dingen betekenen?’ Hij antwoordde dat dit illustreerde wat Jehovah zelf zou doen. Jehovah zei over de twee stokken: ‘Ik maak er één stok van, en ze zullen één worden in mijn hand’ (Ezech. 37:17-19).

5. Wat is de betekenis van wat Ezechiël uitbeeldde? (Zie het kader ‘Twee stokken worden samengevoegd’.)

5 Daarna legde Jehovah de betekenis uit van het samenvoegen van de twee stokken. (Lees Ezechiël 37:21, 22.) Ballingen uit het tweestammenrijk Juda en ballingen uit het tienstammenrijk Israël (Efraïm) zouden naar het land Israël worden gebracht, waar ze ‘één volk’ zouden worden (Jer. 30:1-3; 31:2-9; 33:7).

6. Welke profetieën die elkaar aanvullen staan in Ezechiël 37?

6 Wat een bijzondere herstellingsprofetieën die elkaar aanvullen staan in Ezechiël 37! Jehovah bewijst dat hij de God is die niet alleen het leven (vers 1-14) maar ook de eenheid (vers 15-28) herstelt. Deze twee profetieën brengen de volgende bemoedigende boodschap over: de dood kan ongedaan worden gemaakt, net als verdeeldheid.

Hoe bracht Jehovah hen bijeen?

7. Hoe bevestigt het verslag in 1 Kronieken 9:2, 3 dat ‘bij God alles mogelijk is’?

7 Menselijk gezien leek het echt onmogelijk dat de ballingen bevrijd en verenigd zouden worden. * Maar ‘bij God is alles mogelijk’ (Matth. 19:26). Jehovah vervulde zijn profetie. De Babylonische ballingschap eindigde in 537 v.Chr. en daarna kwamen mensen van beide koninkrijken naar Jeruzalem om te helpen bij het herstel van de ware aanbidding. Het geïnspireerde verslag zegt: ‘Sommige nakomelingen van Juda, Benjamin, Efraïm en Manasse gingen in Jeruzalem wonen’ (1 Kron. 9:2, 3; Ezra 6:17). Zoals Jehovah had voorspeld, werden leden van het tienstammenrijk Israël samengevoegd of verenigd met leden van het tweestammenrijk Juda.

8. (a) Wat had Jesaja voorspeld? (b) Welke twee belangrijke aspecten zijn te vinden in Ezechiël 37:21?

8 Zo’n 200 jaar eerder had Jesaja geprofeteerd over wat er met Israël en Juda zou gebeuren na de ballingschap. Hij voorspelde dat Jehovah ‘degenen van Israël die verdreven waren zou bijeenbrengen’ en dat hij ‘degenen van Juda die verstrooid waren, zou bijeenbrengen van de vier hoeken van de aarde’, onder andere ‘uit Assyrië’ (Jes. 11:12, 13, 16). Zoals Jehovah had voorspeld, leidde hij ‘de Israëlieten weg uit de volken’ (Ezech. 37:21). Twee aspecten vallen op: Jehovah verwees nu niet meer naar de ballingen met ‘Juda’ en ‘Efraïm’, maar met ‘de Israëlieten’: één groep. Bovendien werd over de Israëlieten niet gezegd dat ze uit één volk, Babylon, kwamen, maar uit meerdere volken — ‘uit elke richting’.

9. Hoe bevorderde Jehovah de eenheid onder de teruggekeerde ballingen?

9 Hoe hielp Jehovah de ballingen na hun terugkeer naar Israël om verenigd te worden? Hij gaf Israël geestelijke herders, zoals Zerubbabel, de hogepriester Jozua, Ezra en Nehemia. Hij voorzag ook in de profeten Haggaï, Zacharia en Maleachi. Al die trouwe mannen deden moeite om het volk aan te sporen Jehovah’s instructies op te volgen (Neh. 8:2, 3). Daarnaast beschermde Jehovah het volk Israël door samenzweringen van hun vijanden te verijdelen (Esth. 9:24, 25; Zach. 4:6).

Jehovah voorzag in geestelijke herders om zijn volk te verenigen (Zie alinea 9)

10. Waar slaagde Satan uiteindelijk in?

10 Maar ondanks alle liefdevolle voorzieningen van Jehovah hielden de meeste Israëlieten niet vast aan de zuivere aanbidding. Wat ze deden, staat in de Bijbelboeken die na de terugkeer van de ballingen werden geschreven (Ezra 9:1-3; Neh. 13:1, 2, 15). Binnen een eeuw na hun terugkeer waren de Israëlieten zo ver van de zuivere aanbidding afgeweken dat Jehovah hun de aansporing moest geven: ‘Kom terug bij mij’ (Mal. 3:7). Tegen de tijd dat Jezus op aarde kwam, was de Joodse religie verdeeld in allerlei sekten die door ontrouwe herders werden geleid (Matth. 16:6; Mark. 7:5-8). Het was Satan gelukt om te voorkomen dat ze volledige eenheid bereikten. Toch zou Jehovah’s profetie over eenheid beslist uitkomen. Maar hoe?

‘Mijn dienaar David zal hun koning zijn’

11. (a) Wat onthulde Jehovah over zijn profetie over eenheid? (b) Wat probeerde Satan nadat hij uit de hemel was geworpen opnieuw?

11 Lees Ezechiël 37:24. Jehovah onthulde dat zijn profetie over eenheid pas volledig voor zijn volk in vervulling zou gaan nadat zijn ‘dienaar David’ — Jezus — als koning was gaan regeren, wat in 1914 gebeurde (2 Sam. 7:16; Luk. 1:32). * Tegen die tijd was het letterlijke Israël vervangen door het geestelijke Israël, de gezalfden (Jer. 31:33; Gal. 3:29). Satan deed, vooral nadat hij uit de hemel was geworpen, opnieuw pogingen om de eenheid van Gods volk te verwoesten (Openb. 12:7-10). Na de dood van broeder Russell in 1916 zag Satan bijvoorbeeld zijn kans schoon om verdeeldheid onder de gezalfden te zaaien door middel van afvalligen. Maar al snel verlieten die afvalligen de organisatie. Toen lukte het Satan om de broeders die de leiding namen gevangen te laten zetten, maar ook dat betekende niet het einde van Jehovah’s volk. De gezalfde broeders die Jehovah trouw bleven, bewaarden de eenheid.

12. Waarom is het Satan niet gelukt om verdeeldheid te zaaien binnen het geestelijke Israël?

12 In tegenstelling tot het letterlijke Israël heeft het geestelijke Israël weerstand geboden aan Satans pogingen om verdeeldheid te zaaien. Waarom zijn Satans pogingen mislukt? Omdat de gezalfden vasthouden aan Jehovah’s normen. Daarom worden ze beschermd door hun Koning, Jezus Christus, die zijn overwinning op Satan aan het voltooien is (Openb. 6:2).

Jehovah zal ervoor zorgen dat zijn aanbidders ‘één worden’

13. Welke belangrijke waarheid leert de profetie over het samenvoegen van de twee stokken ons?

13 Welke betekenis heeft de profetie over het samenvoegen van de twee stokken in deze tijd? Houd in gedachte dat deze profetie bedoeld was om te illustreren dat twee groepen verenigd zouden worden. De profetie benadrukt vooral dat deze eenheid tot stand wordt gebracht door Jehovah. Welke belangrijke waarheid over de zuivere aanbidding laat deze profetische illustratie van het samenvoegen van de twee stokken dus uitkomen? Eenvoudig gezegd dat Jehovah zelf ervoor zal zorgen dat zijn aanbidders ‘één worden’ (Ezech. 37:19).

14. Hoe heeft de profetie over het samenvoegen van de twee stokken sinds 1919 een grotere vervulling gekregen?

14 Sinds 1919, nadat Gods volk geestelijk gereinigd was en begonnen was het geestelijke paradijs binnen te gaan, begon de grotere vervulling van de profetie over het samenvoegen van de stokken. De meesten die toen in eenheid werden samengebracht hadden de hoop om koningen en priesters in de hemel te worden (Openb. 20:6). Symbolisch gezien waren deze gezalfden als de stok ‘voor Juda’ — een volk dat davidische koningen en Levitische priesters omvatte. Maar na verloop van tijd sloten steeds meer personen met een aardse hoop zich bij die geestelijke Joden aan. Zij waren als ‘de stok van Efraïm’ — een volk dat geen davidische koningen en Levitische priesters omvatte. De twee groepen dienen Jehovah als een verenigd volk onder hun koning, Jezus Christus (Ezech. 37:24).

‘Ze zullen mijn volk zijn’

15. Hoe worden de profetische uitspraken in Ezechiël 37:26, 27 in deze tijd vervuld?

15 Ezechiëls profetie geeft aan dat veel personen zich bij de gezalfden zouden aansluiten in de zuivere aanbidding. Jehovah zei over zijn volk: ‘Ik zal (...) ze talrijk maken’ en: ‘Mijn tent zal over hen zijn’ (Ezech. 37:26, 27, vtn.). Deze uitspraken doen denken aan een profetie die zo’n 700 jaar na Ezechiëls tijd aan de apostel Johannes werd gegeven, namelijk dat ‘Hij die op de troon zit, zijn tent zou uitspreiden’ over ‘een grote menigte’ (Openb. 7:9, 15). In deze tijd wonen de gezalfden en de grote menigte als één volk, Gods volk, in zijn beschermende tent.

16. Welke profetie vertelde Zacharia over de eenheid tussen het geestelijke Israël en degenen met een aardse hoop?

16 Dat de geestelijke Joden verenigd zouden worden met degenen die een aardse hoop hebben, werd ook geprofeteerd door Zacharia, zelf een teruggekeerde balling. Hij zei dat ‘tien mannen uit (...) de volken het gewaad van een Jood (...) stevig zouden vastgrijpen’ en zouden zeggen: ‘Wij willen met jullie meegaan, want we hebben gehoord dat God met jullie is’ (Zach. 8:23). De beschrijving ‘een Jood’ slaat niet op een individu maar op een groep mensen: ‘jullie’. In deze tijd is dat het gezalfde overblijfsel, de geestelijke Joden (Rom. 2:28, 29). De ‘tien mannen’ beelden degenen af die de hoop hebben op aarde te leven. Ze ‘grijpen het gewaad vast’ van de gezalfden en ‘gaan met hen mee’ (Jes. 2:2, 3; Matth. 25:40). De uitdrukkingen ‘stevig vastgrijpen’ en ‘meegaan met’ laten de volledige eenheid onder de twee groepen uitkomen.

17. Hoe beschreef Jezus de eenheid die we in deze tijd hebben?

17 Misschien had Jezus Ezechiëls profetie over eenheid in gedachten toen hij zichzelf beschreef als een herder met schapen (de gezalfden) die onder zijn leiding ‘één kudde’ zouden vormen met de ‘andere schapen’ (personen met een aardse hoop) (Joh. 10:16; Ezech. 34:23; 37:24, 25). Deze woorden van Jezus en die van de profeten vóór hem zijn een goede beschrijving van onze bijzondere geestelijke eenheid in deze tijd, wat voor toekomstige hoop we ook hebben! Terwijl valse religie in talloze groepen is uiteengevallen, hebben wij een wonderbaarlijke eenheid.

In deze tijd aanbidden de gezalfden en de ‘andere schapen’ Jehovah verenigd als ‘één kudde’ (Zie alinea 17)

‘Mijn heiligdom bevindt zich voor altijd in hun midden’

18. Waarom is het zo belangrijk dat Gods volk ‘geen deel van de wereld’ is?

18 De laatste woorden van Ezechiëls profetie laten zien waarom we er zeker van kunnen zijn dat onze eenheid nooit verbroken zal worden. (Lees Ezechiël 37:28.) Jehovah’s volk is verenigd omdat zijn heiligdom, de zuivere aanbidding, ‘in hun midden’ is. En zijn heiligdom zal bij hen blijven zolang ze heilig blijven, afgezonderd van Satans wereld (1 Kor. 6:11; Openb. 7:14). Jezus beklemtoonde hoe belangrijk het is om geen deel van de wereld te zijn. Hij bad oprecht voor zijn discipelen: ‘Heilige Vader, waak over hen (...), zodat zij één mogen zijn (...). Ze zijn geen deel van de wereld (...). Heilig hen door de waarheid’ (Joh. 17:11, 16, 17). Jezus bracht ‘één’ zijn dus in verband met ‘geen deel van de wereld’ zijn.

19. (a) Hoe laten we zien dat we Jehovah navolgen? (b) Welke belangrijke waarheid beklemtoonde Jezus op de laatste avond voor zijn dood?

19 Alleen in dit vers wordt vermeld dat Jezus Jehovah met ‘Heilige Vader’ aansprak. Jehovah is in absolute zin zuiver en oprecht. Hij gebood de Israëlieten: ‘Jullie moeten heilig zijn, want ik ben heilig’ (Lev. 11:45). We willen Jehovah navolgen en dat gebod naleven in ons hele gedrag (Ef. 5:1; 1 Petr. 1:14, 15). Als het om mensen gaat, betekent heilig ‘afgezonderd’. Zo beklemtoonde Jezus op de laatste avond voor zijn dood dat zijn discipelen verenigd zouden blijven zolang ze afgescheiden zouden blijven van deze verdeelde wereld.

‘Waak over hen vanwege de goddeloze’

20, 21. (a) Wat vergroot ons vertrouwen in Jehovah’s bescherming? (b) Wat heb jij je voorgenomen?

20 De bijzondere eenheid die wereldwijd duidelijk onder Jehovah’s Getuigen te zien is, bewijst dat Jehovah het volgende verzoek van Jezus heeft ingewilligd: ‘Ik vraag u (...) over hen te waken vanwege de goddeloze.’ (Lees Johannes 17:14, 15.) We krijgen steeds meer vertrouwen in Jehovah’s bescherming als we zien dat het Satan niet is gelukt de eenheid van Gods volk te verwoesten. In Ezechiëls profetie zei Jehovah dat de twee stokken één werden in zijn hand. Jehovah zelf heeft zijn volk dus op een wonderbaarlijke manier verenigd onder zijn beschermende hand — buiten het bereik van Satan.

21 Dat moet ons ertoe motiveren ons steentje bij te dragen aan de kostbare eenheid die we hebben. Op welke belangrijke manier kunnen we dat doen? Door geregeld deel te nemen aan de zuivere aanbidding in Jehovah’s geestelijke tempel. Wat dat inhoudt gaan we in de volgende hoofdstukken bespreken.

^ ¶7 Bijna twee eeuwen voordat Ezechiël deze profetie ontving, werden de inwoners van het tienstammenrijk (‘de stok van Efraïm’) als ballingen weggevoerd door de Assyriërs (2 Kon. 17:23).

^ ¶11 Deze profetie wordt uitgebreid behandeld in hoofdstuk 8 van dit boek.