Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Fabriek van de dood

Fabriek van de dood

Fabriek van de dood

DOOR EEN ONTWAAKT!-MEDEWERKER IN DUITSLAND

MITTELWERK was volgens sommigen de grootste ondergrondse fabriek ter wereld. Het fabriekscomplex in het Harzgebergte (Duitsland), op zo’n 260 kilometer ten zuidwesten van Berlijn, bestond uit kolossale, onder aan een heuvel gegraven tunnels met een totale lengte van twintig kilometer. In deze tunnels werden van 1943 tot 1945 duizenden concentratiekampgevangenen tewerkgesteld die onder afgrijselijke omstandigheden wapens voor de nazistaat moesten fabriceren.

Maar de dwangarbeiders maakten geen gewone wapens. De fabriek produceerde projectielen van het type V-1 en V-2. Vanuit Mittelwerk werden ze naar lanceerbases in voornamelijk Frankrijk en Nederland getransporteerd. Eenmaal gelanceerd vlogen ze onbemand naar doelen in België, Frankrijk en Groot-Brittannië, waar ze bij het neerkomen explodeerden. De nazi’s hoopten zelfs een raket te ontwikkelen waarmee een bom over de Atlantische Oceaan naar New York kon worden geschoten. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog waren er vele honderden V-1’s en V-2’s op Europese steden afgevuurd. Maar ze vertegenwoordigden slechts een fractie van de door de nazi’s gefabriceerde raketten die ze tegen hun vijanden hadden willen inzetten. Geen van die raketten heeft ooit New York bereikt.

Een twijfelachtige eer

Toen de oorlog eenmaal voorbij was, verhuisden tientallen Duitse wetenschappers en technici die deze projectielen hadden ontworpen, naar het buitenland. Met hun kennis van rakettechnologie gingen ze in hun nieuwe vaderland aan de slag. Eén zo’n raketdeskundige was Wernher von Braun. Hij verhuisde naar de Verenigde Staten en hielp daar bij de ontwikkeling van de Saturnusraket waarmee de mens naar de maan is gereisd.

Tegenwoordig staat er pal naast de voormalige Mittelwerkfabriek een monument ter nagedachtenis aan de 60.000 mensen die in het concentratiekamp gevangen hebben gezeten. Veel van die gevangenen moesten niet alleen in de koude, vochtige tunnels werken, maar er ook wonen. Geen wonder dat volgens sommige schattingen zo’n 20.000 gevangenen zijn omgekomen. Bezoekers aan het herinneringscentrum kunnen tijdens een rondleiding zien dat de vloeren van de tunnels nog steeds bezaaid liggen met raketonderdelen van zo’n zestig jaar geleden. Volgens het tijdschrift After the Battle genieten de Mittelwerkprojectielen een twijfelachtige eer: „De V-1’s en V-2’s zijn de enige wapens die bij hun productie meer levens hebben geëist dan bij hun gebruik.”

[Illustratie op blz. 21]

Foto uit 1945 met V-1’s op trolleys

[Verantwoording]

Quelle: Dokumentationsstelle Mittelbau-Dora

[Illustratie op blz. 21]

Bezoekers krijgen een rondleiding in de tunnels; de vloeren liggen nog steeds bezaaid met raketonderdelen