Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Zo leefde men vroeger in de molens in Tsjechië

Zo leefde men vroeger in de molens in Tsjechië

Zo leefde men vroeger in de molens in Tsjechië

DOOR EEN ONTWAAKT!-MEDEWERKER IN TSJECHIË

HONDERD jaar geleden was overal in Tsjechië het regelmatige geklop van draaiende tandwielen van molens te horen. Maar niemand stoorde zich daaraan; het leek juist tot de idyllische sfeer van het Tsjechische platteland bij te dragen. De molen speelde een belangrijke rol in de gemeenschap.

In die tijd was het gebruikelijk dat de molenaarsvrouw zodra het graan gemalen was, geurig vers brood ging bakken. We zien al voor ons hoe de molenaarsvrouw haar versgebakken brood op een grote tafel zet. Wat ruikt dat heerlijk! En daar komt de molenaar al. Hij is helemaal wit van het meel, een indrukwekkende verschijning! Hij roept iedereen aan tafel om even wat te eten en te drinken.

Molens door de geschiedenis heen

Het molenaarsvak is bijna net zo oud als de landbouw zelf. In het oude Israël werd het malen van koren gewoon thuis gedaan. Meestal waren het de vrouwen die het koren maalden; ze gebruikten daarvoor een handmolen en werkten vaak met zijn tweeën. De bijbel spreekt ook over grote molenstenen die door dieren werden rondgedraaid. — Markus 9:42.

Bij molens denkt u misschien meteen aan windmolens, maar op het Tsjechische platteland waren watermolens meer in zwang. Waarom? Kennelijk vonden de Tsjechen stromend water de goedkoopste en betrouwbaarste krachtbron voor een molen.

In Tsjechië, en ook op andere plaatsen in Midden-Europa, werden vijvers, geulen en sluizen aangelegd om de watertoevoer naar de molens te reguleren, waarbij de molenvijvers dienst deden als vergaarbekkens, de geulen het water naar de molens leidden, en de sluizen de watertoevoer regelden. Sommige geulen waren nog geen twintig meter lang, maar andere waren meer dan een kilometer lang en bedienden meerdere molens tegelijk.

De molenaar en zijn knechten

Honderd jaar geleden woonden molenaars in Tsjechië met hun hele gezin in de molen. Onder één dak en binnen dezelfde zware stenen muren had de molenaar dus zowel zijn woon- als werkruimte. Hij werd door de dorpelingen gewoonlijk Vader genoemd en was makkelijk te herkennen aan zijn witte broek met opgerolde pijpen, zijn pet met bontrand en zijn slippers.

Voor zijn werk moest de molenaar lichamelijk sterk zijn — denk alleen al aan al die zakken meel die hij in zijn leven zou versjouwen! Het molenaarsvak was een gerespecteerd beroep dat meestal van vader op zoon overging. De zoon leerde het vak thuis bij zijn vader, maar hij kon ook een tijdje voor andere meestermolenaars werken om een bredere ervaring op te doen.

Het hele gezin moest meehelpen bij het werk in de molen. Vaak was dat nog niet genoeg en breidde de molenaar zijn huishouden uit, ofwel met personeel in vaste dienst of met seizoenarbeiders. Deze seizoenwerkers waren ervaren molenaars die op de drukste tijden van het jaar bij verschillende molens hielpen in ruil voor kost en inwoning.

Het werk stond vaak onder leiding van een hoofdmolenaar, een zeer gerespecteerd man met veel ervaring. Hij werd bijgestaan door een knecht, een jonge man die was opgeleid in het molenaarsvak en aan wie de bediening van het molenwerk werd toevertrouwd. De kwaliteit van het meel werd gezien als een graadmeter voor de kennis en vaardigheid van deze knecht. En dan was er nog een leerjongen, een pientere knaap die de ervaren oudere molenaars geen moment uit het oog verloor. Niets mocht de leerjongen ervan afhouden het vak te leren.

De molenstenen

In het bijbelboek Job wordt over „een onderste molensteen” gesproken (Job 41:24). Die oude vermelding geeft aan hoe molenstenen werkten. Er was een koppel nodig: een onderste en een bovenste steen, nu respectievelijk een ligger en een loper genoemd. De onderste steen lag vast op zijn plaats, terwijl de bovenste steen ronddraaide, waardoor het koren tussen beide stenen werd vermalen.

Oorspronkelijk werden de molenstenen van harde natuursteen gemaakt. Later werden er kunststenen gemaakt door steengruis met magnesiumchloride aaneen te kitten. De tandwielen werden door een ervaren vakman vervaardigd van heel hard hout. Dat werk vereiste de nodige bekwaamheid, niet alleen omdat de tandwielen ingewikkeld van vorm waren, maar ook omdat ze heel precies in elkaar moesten grijpen. Het raderwerk zorgde ervoor dat de molenstenen sneller draaiden dan het waterrad. Het was het geklop van de tandwielen dat de molens hun kenmerkende geluid gaf.

Molenaars in de Tsjechische volksverhalen

Sommige molenaars waren eerlijk en oprecht, maar andere waren hebzuchtig en dominant of lichtten hun klanten op. Molenaars en hun gezinnen werden in sommige volksliedjes dan ook op de hak genomen, terwijl ze in andere werden geprezen en hun helpers als begerenswaardige huwelijkskandidaten werden afgeschilderd. Weer andere liedjes gaan over grote overstromingen — naast brand het grootste gevaar voor een molenaar en zijn molen.

Hoewel de verhalen weleens wat verschilden, afhankelijk van de streek en tijd waarin ze ontstaan waren, gingen ze overal in Tsjechië over dezelfde onderwerpen. Het waren de rondreizende seizoenarbeiders die deze verhalen verspreidden en uiteraard behoorlijk aandikten. In Tsjechië zegt men daarom ook nu nog wel dat „verhalen worden verteld en water stroomt” om aan te geven dat een verhaal of bericht sterk overdreven aandoet.

De molens tegenwoordig

Met het verstrijken der jaren is het beroep van molenaar vrijwel uitgestorven. De molens werden gemoderniseerd en voor de aandrijving stapte men van waterkracht over op elektromotoren. Sommige molenaars probeerden koste wat het kost aan hun traditionele levenswijze vast te houden, en enkele watermolens in Tsjechië zijn tot na de Tweede Wereldoorlog in gebruik gebleven. Maar zelfs voor de grootste doorzetters betekende het jaar 1948 het einde. Toen werden de molens staatseigendom, en de meeste werden buiten dienst gesteld en raakten in verval.

De meelfabriek van tegenwoordig ontbeert de charme van de vroegere korenmolen. Het malen gebeurt er in moderne machines, vaak computergestuurd. De meeste molenstenen hebben het veld geruimd voor stalen walsen. Maar het rustieke karakter van de nog bestaande molens trekt nog steeds mensen die een rustig plekje van poëtische schoonheid zoeken en toeristen die zich voor cultuur en geschiedenis interesseren.

Wegens hun charme hebben veel molens een recreatieve functie gekregen. Zo komen heel wat mensen die Praag bezoeken naar het waterrad aan de Čertovka (Duivelsbeek), een zijriviertje van de Moldau. De molen deed dienst tot 1938, toen hij door brand verwoest werd. Maar het ruim zes en een halve meter hoge, minstens zeshonderd jaar oude waterrad werd in 1995 gerestaureerd. En sindsdien is dit cultuurmonument zonder ophouden blijven draaien.

Als we in een gerestaureerde molen staan, horen we het geluid van het water tegen het draaiende rad en kunnen we ons indenken hoe de molenaar een eeuw geleden zijn werk deed. Na ons bezoek vervaagt langzamerhand het beeld van de molen, maar het aangename geluid van de kloppende tandwielen zal ons nog lang bijblijven.

[Illustratie op blz. 22]

Molensteen

[Illustraties op blz. 22, 23]

1. Een korenharp voor het zuiveren van graan

2. Een van de maalstations

3. Via de hoofdas wordt de kracht van het waterrad overgebracht naar de maalstations

4. Het ruim zes en een halve meter hoge waterrad bij Čertovka, dat vroeger de molen aandreef

[Illustratie op blz. 24]

Het waterrad bij Čertovka