Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Houd krachtig vast aan goddelijk onderwijs

Houd krachtig vast aan goddelijk onderwijs

Houd krachtig vast aan goddelijk onderwijs

„Vertrouw op Jehovah met heel uw hart en steun niet op uw eigen verstand. Sla in al uw wegen acht op hem, en híj zal uw paden recht maken.” — SPREUKEN 3:5, 6.

1. Hoe worden wij als nooit tevoren met menselijke kennis in contact gebracht?

TEGENWOORDIG verschijnen er over de hele wereld ongeveer 9000 dagbladen. Elk jaar worden er alleen al in de Verenigde Staten zo’n 200.000 nieuwe boeken uitgegeven. Volgens één schatting waren er tegen maart 1998 ongeveer 275 miljoen webpages op het Internet. Naar verluidt groeit dit aantal met 20 miljoen per maand. Als nooit tevoren hebben mensen toegang tot informatie over ongeveer elk onderwerp. Hoewel deze situatie haar positieve aspecten heeft, zijn door zo’n overvloed aan informatie problemen veroorzaakt.

2. Welke problemen kunnen eruit voortvloeien wanneer men toegang tot een overvloed aan informatie heeft?

2 Sommige mensen zijn informatieverslaafden geworden, die steeds toegeven aan een onverzadigbaar verlangen om up-to-date te zijn terwijl zij belangrijkere dingen veronachtzamen. Anderen verwerven gedeeltelijke informatie over ingewikkelde terreinen van kennis en bezien zich vervolgens als deskundigen. Op grond van slechts een beperkt begrip nemen zij misschien cruciale beslissingen waardoor zij zichzelf of anderen schade kunnen berokkenen. En het gevaar is altijd aanwezig dat men aan verkeerde of onnauwkeurige informatie blootstaat. Er is vaak geen betrouwbare manier om na te gaan of de stroom informatie nauwkeurig en evenwichtig is.

3. Welke waarschuwingen ten aanzien van het najagen van menselijke wijsheid worden in de bijbel aangetroffen?

3 Nieuwsgierigheid is reeds lang een menselijke eigenschap. De gevaren die eraan kleven te veel tijd te verspillen aan het najagen van nutteloze of zelfs schadelijke informatie werden reeds in de dagen van koning Salomo onderkend. Hij zei: „Laat u waarschuwen: Aan het maken van veel boeken komt geen eind, en veel toewijding eraan is afmattend voor het vlees” (Prediker 12:12). Eeuwen later schreef de apostel Paulus aan Timotheüs: „Behoed wat u is toevertrouwd en keer u af van de holle klanken waardoor wat heilig is geweld wordt aangedaan, en van de tegenstrijdigheden der valselijk zo genoemde ’kennis’. Door met zulk een kennis te geuren, zijn sommigen van het geloof afgeweken” (1 Timotheüs 6:20, 21). Ja, christenen in deze tijd moeten het vermijden zich onnodig aan schadelijke ideeën bloot te stellen.

4. Wat is één manier waarop wij ons vertrouwen in Jehovah en in zijn onderwijs kunnen tonen?

4 Jehovah’s dienstknechten doen er ook goed aan acht te slaan op de woorden uit Spreuken 3:5, 6: „Vertrouw op Jehovah met heel uw hart en steun niet op uw eigen verstand. Sla in al uw wegen acht op hem, en híj zal uw paden recht maken.” Op Jehovah vertrouwen houdt onder andere in dat wij elk idee verwerpen dat in strijd is met Gods Woord, of het nu ontsproten is aan onze eigen redenatie of aan die van onze medemens. Om onze geestelijke gezindheid te beschermen, is het van levensbelang dat wij ons waarnemingsvermogen oefenen zodat wij schadelijke informatie kunnen onderkennen en ons er niet mee inlaten (Hebreeën 5:14). Laten wij eens enkele bronnen van zulke informatie bespreken.

Een door Satan overweldigde wereld

5. Wat is één bron van schadelijke ideeën, en wie zit erachter?

5 De ongodsdienstige wereld is een rijke bron van schadelijke ideeën (1 Korinthiërs 3:19). Jezus Christus bad tot God betreffende zijn discipelen: „Ik verzoek u niet, hen uit de wereld te nemen, maar over hen te waken vanwege de goddeloze” (Johannes 17:15). Door Jezus’ verzoek of zijn discipelen tegen „de goddeloze” beschermd mochten worden, werd de invloed onderkend die Satan in de wereld heeft. Dat wij christenen zijn, behoedt ons niet automatisch voor de slechte invloeden van deze wereld. Johannes schreef: „Wij weten dat wij uit God voortspruiten, maar de gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze” (1 Johannes 5:19). Vooral gedurende deze slotfase van de laatste dagen is het te verwachten dat Satan en zijn demonen de wereld met schadelijke informatie zullen doordrenken.

6. Hoe kan de amusementswereld een morele ongevoeligheid veroorzaken?

6 Het is ook te verwachten dat een deel van deze schadelijke informatie onschadelijk kan lijken (2 Korinthiërs 11:14). Beschouw bijvoorbeeld eens de amusementswereld, met haar tv-programma’s, films, muziek en gedrukte bladzijde. Velen zijn het erover eens dat in steeds meer gevallen bepaalde vormen van amusement ontaarde praktijken, zoals immoraliteit, geweld en drugsgebruik, bevorderen. Wanneer toeschouwers voor het eerst worden blootgesteld aan een vorm van amusement dat een nieuw dieptepunt bereikt, zijn zij wellicht geschokt. Maar herhaalde blootstelling daaraan kan iemand ongevoelig maken. Wij dienen amusement dat schadelijke ideeën bevordert nooit als aanvaardbaar of onschadelijk te bezien. — Psalm 119:37.

7. Wat voor menselijke wijsheid kan ons vertrouwen in de bijbel uithollen?

7 Beschouw nog een bron van mogelijk schadelijke informatie — de vloed van ideeën die gepubliceerd worden door sommige wetenschappers en geleerden die de authenticiteit van de bijbel in twijfel trekken. (Vergelijk Jakobus 3:15.) Zo’n materiaal is dikwijls in gangbare tijdschriften en populaire boeken te vinden, en het kan het vertrouwen in de bijbel uithollen. Sommige mensen gaan er prat op de autoriteit van het Woord van God met een eindeloze reeks speculaties te verzwakken. Een soortgelijk gevaar deed zich voor in de dagen van de apostelen, zoals blijkt uit de woorden van de apostel Paulus: „Past op: misschien zal iemand u als zijn prooi wegdragen door middel van de filosofie en door ijdel bedrog overeenkomstig de overlevering van mensen, overeenkomstig de elementaire dingen van de wereld en niet overeenkomstig Christus.” — Kolossenzen 2:8.

Vijanden van de waarheid

8, 9. Hoe manifesteert afval zich in deze tijd?

8 Afvalligen kunnen nog een andere bedreiging voor onze geestelijke gezindheid vormen. De apostel Paulus voorzei dat onder belijdende christenen afval zou ontstaan (Handelingen 20:29, 30; 2 Thessalonicenzen 2:3). Als vervulling van zijn woorden leidde een na de dood van de apostelen ingezette grote afval tot de ontwikkeling van de christenheid. In deze tijd vindt er geen grote afval plaats onder Gods volk. Toch hebben enkele personen onze gelederen verlaten en sommigen van hen zijn vastbesloten de goede naam van Jehovah’s Getuigen aan te tasten door leugens en verkeerde informatie te verbreiden. Enkelen werken met andere groeperingen samen in een georganiseerd verzet tegen de ware aanbidding. Hierdoor kiezen zij de zijde van de allereerste afvallige, Satan.

9 Sommige afvalligen maken steeds meer gebruik van verscheidene vormen van massacommunicatie, zoals het Internet, om onjuiste informatie over Jehovah’s Getuigen te verbreiden. Wanneer oprechte personen nazoekwerk naar onze overtuiging doen, kunnen zij als gevolg daarvan op afvallige propaganda stuiten. Zelfs enkele Getuigen hebben zich zonder het te weten aan dit schadelijke materiaal blootgesteld. Bovendien nemen afvalligen soms deel aan radio- of televisieprogramma’s. Wat is met het oog hierop de weg der wijsheid?

10. Wat is de verstandige reactie op afvallige propaganda?

10 De apostel Johannes gebood christenen om afvalligen niet in hun huis te ontvangen. Hij schreef: „Als iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem nimmer in uw huis en richt ook geen groet tot hem. Want wie een groet tot hem richt, heeft deel aan zijn goddeloze werken” (2 Johannes 10, 11). Door alle contact met deze tegenstanders te vermijden, zullen wij ons tegen hun verdorven denkwijze beschermen. Ons door middel van de verscheidene moderne communicatiemiddelen aan afvallige leringen blootstellen, is even schadelijk als de afvallige zelf in ons huis ontvangen. Nooit dienen wij ons er door nieuwsgierigheid toe te laten verlokken zo’n rampspoedige handelwijze te volgen! — Spreuken 22:3.

In de gemeente

11, 12. (a) Wat was in de eerste-eeuwse gemeente een bron van schadelijke ideeën? (b) Hoe bleven sommige christenen in gebreke krachtig vast te houden aan goddelijk onderwijs?

11 Beschouw nog een mogelijke bron van schadelijke ideeën. Hoewel een opgedragen christen geen leugens wil onderwijzen, kan hij de gewoonte ontwikkelen om onbezonnen te spreken (Spreuken 12:18). Wegens onze onvolmaakte aard zullen wij allen wel eens met onze tong zondigen (Spreuken 10:19; Jakobus 3:8). Kennelijk bevonden er zich in de tijd van de apostel Paulus sommigen in de gemeente die hun tong niet in bedwang hielden en betrokken raakten bij spitsvondige debatten over woorden (1 Timotheüs 2:8). Dan waren er anderen die hun eigen mening te hoog aansloegen en zelfs zo ver gingen dat zij het gezag van Paulus in twijfel trokken (2 Korinthiërs 10:10-12). Zo’n geest leidde tot zinloze conflicten.

12 Soms escaleerden deze geschillen in „heftige twistgesprekken over kleinigheden” en verstoorden ze de vrede van de gemeente (1 Timotheüs 6:5; Galaten 5:15). Over degenen die deze ruzies veroorzaakten, schreef Paulus: „Indien iemand een andere leer brengt en niet instemt met gezonde woorden, die van onze Heer Jezus Christus, noch met de leer die in overeenstemming is met godvruchtige toewijding, dan is hij opgeblazen van trots en begrijpt niets, maar is geestelijk ziek in verband met twistvragen en debatten over woorden. Uit die dingen komen voort: afgunst, twist, schimpend gepraat, boze vermoedens.” — 1 Timotheüs 6:3, 4.

13. Hoe was het gedrag van de meeste christenen in de eerste eeuw?

13 Gelukkig was in apostolische tijden het merendeel van de christenen getrouw en bleef zich concentreren op het werk dat bestaat in de bekendmaking van het goede nieuws van Gods koninkrijk. Zij hielden zich er druk mee bezig voor ’wezen en weduwen in hun verdrukking’ te zorgen en zichzelf „onbevlekt van de wereld” te bewaren, waarbij zij hun tijd niet aan ijdele debatten over woorden verspilden (Jakobus 1:27). Zij vermeden zelfs binnen de christelijke gemeente „slechte omgang” teneinde hun geestelijke gezindheid te behoeden. — 1 Korinthiërs 15:33; 2 Timotheüs 2:20, 21.

14. Hoe kan, als wij niet voorzichtig zijn, de normale uitwisseling van ideeën in een schadelijke woordentwist ontaarden?

14 Insgelijks zijn de in paragraaf 11 beschreven situaties niet kenmerkend voor de gemeenten van Jehovah’s Getuigen in deze tijd. Toch doen wij er goed aan te beseffen dat zulke ijdele debatten zich kunnen voordoen. Het is uiteraard normaal om bijbelse verslagen te bespreken of benieuwd te zijn naar aspecten van de beloofde nieuwe wereld die nog niet geopenbaard zijn. En er is niets op tegen ideeën uit te wisselen over persoonlijke aangelegenheden, zoals kleding en uiterlijke verzorging of de keuze van amusement. Maar als wij omtrent onze ideeën dogmatisch worden en aanstoot nemen wanneer anderen het niet met ons eens zijn, kan het zijn dat de gemeente uiteindelijk verdeeld raakt over onbeduidende kwesties. Wat als ongevaarlijke beuzelpraat begint, kan werkelijk schadelijk worden.

Het ons toevertrouwde pand behoeden

15. In hoeverre kunnen de „leringen van demonen” ons geestelijk schaden, en welke raad wordt in de Schrift geboden?

15 De apostel Paulus waarschuwt: „De geïnspireerde uitspraak zegt . . . uitdrukkelijk dat in latere tijdsperiodes sommigen zullen afvallen van het geloof, omdat zij aandacht schenken aan misleidende geïnspireerde uitspraken en leringen van demonen” (1 Timotheüs 4:1). Ja, schadelijke ideeën vormen een werkelijke bedreiging. Het is begrijpelijk dat Paulus zijn geliefde vriend Timotheüs dringend verzocht: „O Timotheüs, behoed wat u is toevertrouwd en keer u af van de holle klanken waardoor wat heilig is geweld wordt aangedaan, en van de tegenstrijdigheden der valselijk zo genoemde ’kennis’. Door met zulk een kennis te geuren, zijn sommigen van het geloof afgeweken.” — 1 Timotheüs 6:20, 21.

16, 17. Wat heeft God ons toevertrouwd, en hoe dienen wij het te behoeden?

16 Hoe kunnen wij in deze tijd profijt trekken van deze liefdevolle waarschuwing? Aan Timotheüs was iets toevertrouwd — iets waardevols om voor te zorgen en om te beschermen. Wat was dit? Paulus legt uit: „Blijf vasthouden aan het patroon van gezonde woorden die gij van mij hebt gehoord, met het geloof en de liefde die in verband met Christus Jezus zijn. Behoed dit voortreffelijke, u toevertrouwde pand door middel van de heilige geest, die in ons woont” (2 Timotheüs 1:13, 14). Ja, het aan Timotheüs toevertrouwde pand omvatte de „gezonde woorden”, „de leer die in overeenstemming is met godvruchtige toewijding” (1 Timotheüs 6:3). In overeenstemming met deze woorden zijn christenen in deze tijd vastbesloten hun geloof en de hele waarheid die aan hen is toevertrouwd te beschermen.

17 Dat toevertrouwde pand behoeden, omvat het aankweken van zaken als goede bijbelstudiegewoonten en aanhouden in het gebed, terwijl wij „het goede doen jegens allen, maar vooral jegens hen die aan ons verwant zijn in het geloof” (Galaten 6:10; Romeinen 12:11-17). Paulus vermaant verder: „Streef . . . naar rechtvaardigheid, godvruchtige toewijding, geloof, liefde, volharding, zachtaardigheid. Strijd de voortreffelijke strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven stevig vast, waartoe gij werdt geroepen en waarvan gij ten overstaan van vele getuigen de voortreffelijke openbare bekendmaking hebt afgelegd” (1 Timotheüs 6:11, 12). Paulus’ gebruik van zinsneden als „strijd de voortreffelijke strijd” en ’grijp stevig vast’ maakt duidelijk dat wij actief en vastbesloten geestelijk schadelijke invloeden moeten weerstaan.

De noodzaak van onderscheidingsvermogen

18. Hoe kunnen wij van christelijk evenwicht blijk geven in onze benadering van wereldlijke informatie?

18 Natuurlijk is onderscheidingsvermogen nodig om de voortreffelijke strijd van het geloof te strijden (Spreuken 2:11; Filippenzen 1:9). Het zou bijvoorbeeld onredelijk zijn alle wereldlijke informatie te wantrouwen (Filippenzen 4:5; Jakobus 3:17). Niet alle menselijke ideeën zijn in strijd met Gods Woord. Jezus zinspeelde op de noodzaak dat zieke mensen een bekwaam arts raadplegen — in feite iemand die een werelds beroep uitoefent (Lukas 5:31). Ondanks de betrekkelijk primitieve aard van een medische behandeling in zijn tijd erkende Jezus dat de hulp van een arts enig nut kan afwerpen. In deze tijd geven christenen van evenwicht blijk wanneer het om wereldlijke informatie gaat, maar zij verzetten zich ertegen blootgesteld te worden aan eventuele informatie die hen geestelijk zou kunnen schaden.

19, 20. (a) Hoe handelen ouderlingen met onderscheidingsvermogen wanneer zij degenen helpen die onverstandig spreken? (b) Hoe handelt de gemeente met degenen die aan het bevorderen van valse leringen vasthouden?

19 Onderscheidingsvermogen van de zijde van ouderlingen is ook uitermate belangrijk wanneer er een beroep op hen wordt gedaan om degenen die onverstandig spreken te helpen (2 Timotheüs 2:7). Soms kunnen gemeenteleden betrokken raken bij twistgesprekken over kleinigheden en speculatieve argumenten. Om de eenheid van de gemeente te beschermen, dienen ouderlingen er vlug bij te zijn zulke problemen aan te pakken. Terzelfder tijd vermijden zij het hun broeders en zusters verkeerde motieven toe te schrijven en bezien hen niet te vlug als afvalligen.

20 Paulus beschreef de geest waarin hulp gegeven moet worden. Hij zei: „Broeders, zelfs al doet iemand een misstap voordat hij zich ervan bewust is, tracht gij, die geestelijke hoedanigheden hebt, zo iemand in een geest van zachtaardigheid weer terecht te brengen” (Galaten 6:1). Toen Judas specifiek over christenen sprak die met twijfels te kampen hebben, schreef hij: „Gaat . . . voort barmhartigheid te tonen jegens sommigen die twijfels hebben; redt hen door hen uit het vuur te rukken” (Judas 22, 23). Als iemand na herhaalde vermaningen hardnekkig valse leringen blijft verbreiden, moeten ouderlingen resolute stappen ondernemen teneinde de gemeente te beschermen. — 1 Timotheüs 1:20; Titus 3:10, 11.

Onze geest met lofwaardige dingen vullen

21, 22. Ten aanzien waarvan dienen wij selectief te zijn, en waarmee dienen wij onze geest te vullen?

21 De christelijke gemeente mijdt schadelijke woorden die „zich verbreiden als gangreen” (2 Timotheüs 2:16, 17; Titus 3:9). Daarbij doet het er niet toe of zulke woorden misleidende wereldlijke „wijsheid”, de propaganda van afvalligen of onbezonnen gepraat binnen de gemeente weerspiegelen. Hoewel een gezond verlangen om nieuwe dingen te leren nuttig kan zijn, zou een ongebreidelde nieuwsgierigheid ons bloot kunnen stellen aan schadelijke ideeën. Wij zijn niet onwetend van Satans bedoelingen (2 Korinthiërs 2:11). Wij weten dat hij zich grote moeite getroost om ons af te leiden zodat wij het in onze dienst voor God langzamer aan gaan doen.

22 Laten wij als voortreffelijke bedienaren krachtig aan goddelijk onderwijs vasthouden (1 Timotheüs 4:6). Mogen wij onze tijd verstandig gebruiken door selectief te zijn in verband met de informatie die wij verkiezen in ons op te nemen. Dan zullen wij niet gemakkelijk aan het wankelen worden gebracht door de van Satan afkomstige geïnspireerde propaganda. Ja, laten wij „al wat waar is, al wat van ernstig belang is, al wat rechtvaardig is, al wat eerbaar is, al wat lieflijk is, alles waarover gunstig wordt gesproken, welke deugd er ook is en al wat lof verdient”, blijven bedenken. Als wij onze geest en ons hart met zulke dingen vullen, zal de God van vrede met ons zijn. — Filippenzen 4:8, 9.

Wat hebben wij geleerd?

• Hoe kan wereldlijke wijsheid een bedreiging voor onze geestelijke gezindheid vormen?

• Wat kunnen wij doen om onszelf tegen schadelijke afvallige informatie te beschermen?

• Wat voor spraak dient in de gemeente vermeden te worden?

• Hoe wordt christelijk evenwicht aan de dag gelegd wanneer wij met de huidige overvloed aan informatie te maken krijgen?

[Studievragen]

[Illustratie op blz. 9]

Veel populaire tijdschriften en boeken zijn in strijd met onze christelijke waarden

[Illustratie op blz. 10]

Christenen kunnen ideeën uitwisselen zonder dogmatisch te worden